cultuur • archeologie • erfgoed

Ruimte voor archeologie

 Archeologisch onderzoek

In de voorbije maanden verschenen er in de pers enkele artikels over de kostprijs van archeologisch onderzoek. In die verhalen worden vaak sterk overdreven cijfers gebruikt, maar toch klopt het dat de bouwheer bij grote bodemingrepen archeologisch onderzoek zelf moet financieren. Dit gebeurt op basis van het Vlaams archeologiedecreet uit 1993. Wie met archeologisch onderzoek geconfronteerd wordt, krijgt hieronder een overzicht van de stappen in het archeologisch traject.

De werking van Archeo7 houdt ondermeer in dat de intergemeentelijk archeoloog adviezen kan geven die na goedkeuring door het schepencollege als bindende voorwaarden verschijnen in de bouwvergunning. Zo wordt de bouwheer verplicht een archeologisch bureau aan te stellen om het gevraagde onderzoek uit te voeren. Archeo7 staat hier dan in voor de administratieve en wetenschappelijke begeleiding van het project. Het uitschrijven van de voorwaarden bij het onderzoek, waarop offertes moeten ingediend worden bij de bouwheer, gebeurt ook door Archeo7, al dan niet in samenwerking met het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Vooronderzoek

Allereerst wordt een inventariserend onderzoek uitgevoerd. Op het terrein wordt door middel van proefsleuven(12% van de oppervlakte van de teelaarde ontdoen), proefputten of boringen nagegaan of er archeologische sporen aanwezig zijn. Na een evaluatie van de resultaten door de intergemeentelijke archeoloog en/of de bevoegde erfgoedconsulent van het Agentschap Onroerend Erfgoed zal er beslist worden of er overgegaan wordt tot vrijgave van de percelen of tot een definitief archeologisch onderzoek.

Archeologische opgraving

Indien een definitief archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, moet een nieuwe aanbestedingsprocedure worden opgestart met een nieuwe projectomschrijving die de opgraving behandelt. Belangrijk om weten is dat er tijdens de loop van het archeologisch traject geen andere grondverstorende werken mogen uitgevoerd worden.

Wanneer je als bouwheer een bedrijf aanstelt voor het uitvoeren van het onderzoek, dan moet dit bedrijf een opgravingsvergunning aanvragen bij het agentschap Onroerend Erfgoed, waarvoor toch al snel enkele weken nodig zijn. Indien beslist wordt tot een definitief onderzoek, moet ook een nieuwe opgravingsvergunning worden aangevraagd.

Archeologisch dossier in verkavelingsaanvraag

Sinds september 2009 zijn de bouwheren verplicht een archeologisch dossier toe te voegen aan hun verkavelingsaanvraag. Voor de percelen onder de aanvraag en hun omgeving moet nagegaan worden of er in het verleden archeologisch materiaal is aangetroffen of dat er indicaties zijn die de aanwezigheid van archeologische sporen laten vermoeden. Archeo7 stelt hiervoor graag zijn hulp ter beschikking aan de inwoners die op het grondgebied van hun gemeente wensen te verkavelen en waarbij de gemeente de verkavelingsvergunning verstrekt.

 

In de voorbije maanden verschenen er in de pers enkele artikels over de kostprijs van archeologisch onderzoek. In die verhalen worden vaak sterk overdreven cijfers gebruikt, maar toch klopt het dat de bouwheer bij grote bodemingrepen archeologisch onderzoek zelf moet financieren. Dit gebeurt op basis van het Vlaams archeologiedecreet uit 1993. Wie met archeologisch onderzoek geconfronteerd wordt, krijgt hieronder een overzicht van de stappen in het archeologisch traject.

De werking van Archeo7 houdt ondermeer in dat de intergemeentelijk archeoloog adviezen kan geven die na goedkeuring door het schepencollege als bindende voorwaarden verschijnen in de bouwvergunning. Zo wordt de bouwheer verplicht een archeologisch bureau aan te stellen om het gevraagde onderzoek uit te voeren. Archeo7 staat hier dan in voor de administratieve en wetenschappelijke begeleiding van het project. Het uitschrijven van de voorwaarden bij het onderzoek, waarop offertes moeten ingediend worden bij de bouwheer, gebeurt ook door Archeo7, al dan niet in samenwerking met het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Allereerst wordt een inventariserend onderzoek uitgevoerd. Op het terrein wordt door middel van proefsleuven(12% van de oppervlakte van de teelaarde ontdoen), proefputten of boringen nagegaan of er archeologische sporen aanwezig zijn. Na een evaluatie van de resultaten door de intergemeentelijke archeoloog en/of de bevoegde erfgoedconsulent van het Agentschap Onroerend Erfgoed zal er beslist worden of er overgegaan wordt tot vrijgave van de percelen of tot een definitief archeologisch onderzoek.

Indien een definitief archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, moet een nieuwe aanbestedingsprocedure worden opgestart met een nieuwe projectomschrijving die de opgraving behandelt. Belangrijk om weten is dat er tijdens de loop van het archeologisch traject geen andere grondverstorende werken mogen uitgevoerd worden.

Wanneer je als bouwheer een bedrijf aanstelt voor het uitvoeren van het onderzoek, dan moet dit bedrijf een opgravingsvergunning aanvragen bij het agentschap Onroerend Erfgoed, waarvoor toch al snel enkele weken nodig zijn. Indien beslist wordt tot een definitief onderzoek, moet ook een nieuwe opgravingsvergunning worden aangevraagd.

Archeologisch dossier in verkavelingsaanvraag

Sinds september 2009 zijn de bouwheren verplicht een archeologisch dossier toe te voegen aan hun verkavelingsaanvraag. Voor de percelen onder de aanvraag en hun omgeving moet nagegaan worden of er in het verleden archeologisch materiaal is aangetroffen of dat er indicaties zijn die de aanwezigheid van archeologische sporen laten vermoeden. Archeo7 stelt hiervoor graag zijn hulp ter beschikking aan de inwoners die op het grondgebied van hun gemeente wensen te verkavelen en waarbij de gemeente de verkavelingsvergunning verstrekt.

 

Contactgegevens