cultuur • archeologie • erfgoed

Ruimte voor archeologie

Vlamertinge Wintershove

 Vlamertinge Wintershove

Restanten Kasteel Wintershove blootgelegd in Vlamertinge

Op 14 juli startte Archeo7 met een inventariserend archeologisch onderzoek bij het rusthuis Wintershove te Vlamertinge. Aanleiding van dit onderzoek is de geplande uitbreiding van het rusthuis met een nieuwe vleugel. In samenwerking met het rusthuis Wintershove en de stad Ieper werden 2 sleuven aangelegd op het terrein. Hierbij werden fundamenten en een deel van de walgracht van het vroegere kasteel Wintershove aangesneden.

Het kasteel Wintershove werd in Vlamertinge vermoedelijk gesticht in de 13de eeuw. Vanaf de 16de eeuw wordt het kasteel gedomineerd door de families de Cerf en de Harchies. Vanaf 1858 wordt het kasteel ingericht als godshuis.

Over de bouwgeschiedenis van het kasteel is niet veel bekend, aangezien er nog geen historische studie rond gebeurd is. Bekende gegevens zijn de 2 gevelstenen met als datum 1733 in het rusthuis en de nabijgelegen schuur en 2 branden in 1793 en 1920 met een heropbouw achteraf. Uit oude kaarten en foto’s kunnen we afleiden dat het kasteel U-vormig was gebouwd met daarrond een volledige walgracht met een brug naar de Poperingseweg.

Tijdens de opgraving werd één van de uiteinden van de ‘u-benen’ opgegraven. De fundamenten sluiten aan op het restant van het kasteel dat heropgebouwd is na 1920. Binnen de grote muren werden 1 beerput en verschillende kleinere muurtjes aangetroffen, die de ruimte onderverdeelden. Dit deel van het kasteel deed in zijn laatste fase dienst als stal en enkele muurtjes kunnen daar waarschijnlijk mee in verband gebracht worden. De gemetste beerput, die samen is gebouwd met de hoofdmuren, wijst dan weer meer op de aanwezigheid van residentiële delen. Maar aangezien enige opbouw van het kasteel ontbreekt, tasten we hier wat in het duister. Hoe oud de hoofdmuren zijn, is momenteel nog onbekend, maar het is best mogelijk dat het gaat om een deel van het kasteel dat in 1733 werd opgebouwd door Johannes de Cerf.

Rond de fundamenten werden resten van verscheidene opeenvolgende koeren rond het kasteel aangetroffen, opgebouwd uit op kant gezette bakstenen en kasseien. Tussen de stenen van de bovenste koer lagen verschillende Franse kogels uit WO I. Deze koer was dus nog in gebruik tijdens de Eerste Wereldoorlog en dateert vermoedelijk uit de 19de eeuw.

Tenslotte zijn ook 2 verschillende walgrachtmuren ontdekt. De jongste dateert waarschijnlijk van na WO  en is dezelfde als de huidige muur van de nog bestaande walgracht. Deze muur draait af richting de huidige oprijlaan, waar vroeger een brug over de walgracht was aangelegd. Het einde van de walmuur was uitgewerkt in een grote bakstenen cirkel. Mogelijk deed deze plaats dienst als drenkput voor de dieren. In de jaren ’50 van de 20ste eeuw werd de walgracht op deze plaats opgevuld. Net naast deze vrij jonge walmuur werd aan kasteelzijde nog een oudere walmuur aangesneden. Deze bestond voor een deel uit een dikke bakstenen muur dicht bij de brug. Daarna gaat deze muur over in een houten constructie van houten planken die vastgemaakt zijn tussen houten balken. De datering van deze muur is nog onbekend.

Binnenkort wordt nog een sleuf aangelegd op de plaats waar de oude schuur stond, om te kijken of er nog resten zijn van oudere bewoningssporen. Ook wordt nog een coupe gemaakt op de wal om mogelijk verschillende opvullingslagen te identificeren en zo ook meer te weten te komen over de bouwgeschiedenis van het kasteel zelf.