Memorial Museum Passchendaele 1917

Een natuur- of cultuurlandschap? De discussie over en keuze om het voormalige slagveld van de Eerste Wereldoorlog te herstellen

Na de honderdjarige herdenking wordt in het Memorial Museum Passchendaele 1917 (MMP1917) de focus gelegd op de wederopbouw van Zonnebeke, die volgde na de vernielingen van de Eerste Wereldoorlog. Wanneer eind 1918 de wapens zwijgen, was het aan de Franse en Belgische regeringen om definitief te bepalen wat met de verwoeste gebieden moest gebeuren. In Frankrijk veranderden grote delen van de voormalige slagvelden in bos en werden meerdere dorpen nooit meer heropgebouwd. Ook in België pleiten sommigen na afloop van de vijandigheden voor een complete bebossing van de ‘Verwoeste Gewesten’. Deze streek bewonen lijkt hun onmogelijk, terwijl velen zich ook afvragen of met de grond ooit nog iets aan te vangen is. Toch zou men in België er alles aan doen om de sporen van de Eerste wereldoorlog uit te wissen. Discussies over het lot van de ‘Verwoeste Gewesten’ en de argumenten om, anders dan in Frankrijk, de Westhoek volledig herop te bouwen, zijn tot vandaag onderbelicht. Ook over de natuurlijke transformatie die het landschap na de oorlog ondergaat is weinig geweten. Het Kenniscentrum van het MMP1917 wenst daarom de spanning tussen het naoorlogse natuur- en cultuurlandschap, dat wordt overschaduwd door wederopbouwactiviteiten, te onderzoeken.

De resultaten van het onderzoek kunnen na de herdenkingsperiode van 2014-2018 gebruikt worden in een tentoonstelling en/of wetenschappelijke publicatie. De periode na 2018 staat namelijk eerder in het teken van wederopbouw en de terugkerende bevolking. In 2023 zal in de hele zuidelijke Westhoek de klemtoon op landschap komen te liggen.

Contact: Lee Ingelbrecht (publiekswerking en educatie MMP1917)

Personenonderzoek pastoor Michel Delrue

In april 1919 wordt Michiel Delrue, voor de oorlog onderpastoor in Geluveld, er aangesteld als dienstdoend pastoor. Op 21 december 1901 tot priester gewijd, geeft hij van 1902 tot 1911 les aan het Klein Seminarie te Roeselare waar hij wordt hij omschreven als intelligent, eigenaardig en achterdochtig. Daarna is hij drie jaar onderpastoor in Westvleteren. In 1927 wordt hij overgeplaatst naar Eggewaartskapelle en Zoetenaaie waar hij 30 jaar pastoor is. Van 1957 tot zijn dood in 1963 is hij erepastor in zijn geboortedorp Gullegem.  

Zijn overplaatsing in 1927 komt er niet zo maar. In 1921 wordt Léonie Keingiaert de eerste vrouwelijke burgemeester van België. In het landelijke Geluveld kunnen Léonie en pastoor Delrue het initieel goed met elkaar vinden, maar al gauw verwatert de relatie met een ware vete tot gevolg. Vaak wordt Léonie hierdoor, onterecht, een strijd tegen de kerk verweten. 

Het kenniscentrum MMP1917 kon het unieke archief van Léonie inkijken en ontsluiten met de publicatie ‘Léonie, burgemeester tussen dorp en adel’ tot gevolg. In haar eerste bestuursperiode zijn het doen en laten van pastoor Delrue en Léonie sterk met elkaar verweven. Diepgaand onderzoek naar de persoon van Michiel Delrue gedurende zijn volledige carrière schetst niet alleen een totaalbeeld van pastoor Delrue, maar geeft ook extra duiding bij gemeentelijke bestuurszaken en debacles.

Contact: Karen Derycke (wetenschappelijk medewerker MMP1917)

Analyse jachtrechten van de adel in het interbellum, casus Léonie Keingiaert

Hoewel de landadel na de Eerste Wereldoorlog aan invloed inboet, blijft voor hen de jacht een economische rol spelen. Tijdens het interbellum is het een belangrijke sociale activiteit voor kasteelheren en landadel.

Léonie Keingiaert de Gheluvelt, de eerste vrouwelijke burgemeester van België, is één van hen. Ze is uiterst bedreven in het verwerven van jachtrechten en de complexe organisatie van de wildvang op deze gronden.  Léonie spaart kosten noch moeite om zowel particuliere als openbare jachtrechten op te kopen. Het omvangrijke jachtterrein dat Léonie bijeensprokkelt, houdt ze echter niet voor zich alleen. Heel vaak organiseert ze jachtpartijen waaraan zowel lokale adel als jagers uit andere provincies en Noord-Frankrijk deelnemen. Soms verpacht ze gronden door aan derden. Daardoor maakt ze winst op de initiële pachtprijs, soms meer dan het driedubbele. 

Het is moeilijk te bepalen of al deze investeringen en financiële constructies globaal gezien winstgevend waren. Enkel een diepgaande analyse van Léonies omvangrijke jachtarchief, dat vrijwel ongeschonden bewaard bleef en in bewaring werd gegeven aan het Memorial Museum Passchendaele 1917, kan uitsluitsel geven over de rentabiliteit.

Contact: Karen Derycke (wetenschappelijk medewerker MMP1917)

De impact van de Eerste Wereldoorlog op de rentabiliteit van grondbezit van de landadel, casus Léonie Keingiaert

De Eerste Wereldoorlog had voor de grootgrondbezitters van de Westhoek, veelal landadel, een grote impact. De totale vernieling betekende voor velen een langdurig tot permanent verlies aan broodnodige inkomsten.

Léonie Keingiaert de Gheluvelt, de eerste vrouwelijke burgemeester van België, is één van hen. Haar archief bestaat uit vele meters unieke documenten die sinds haar dood het daglicht niet meer hadden gezien. De kern bleef bewaard in het kasteel. Een tweede deel behoort toe aan de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België (VAKB), de erfgenaam van Léonie. Een derde stuk belandde in 2019 in het Memorial Museum Passchendaele 1917 (MMP1917) als schenking van Jean-Pierre Geelhand de Merxem, schepen te Heuvelland. Zijn moeder had na Léonies dood enige tijd de financiën van het domein geregeld en de documenten, die voornamelijk over eigendommen en jachtrechten handelen, bijgehouden.

Door een grondig onderzoek op basis van dit (grotendeels gedigitaliseerde) archiefmateriaal, aangevuld met kadastraal onderzoek, kan een unieke analyse worden gemaakt over de rentabiliteit van naoorlogs grootgrondbezit in de Westhoek. Weinig archieven van de landadel geven immers een gedetailleerd overzicht op grondbezit, inkomsten en uitgaven als dat van Léonie Keingiaert.

Contact: Karen Derycke (wetenschappelijk medewerker MMP1917)

Steenbakkerijen na de Eerste Wereldoorlog, casus Léonie Keingiaert

In de Westhoek kun je op geringe diepte kleilagen vinden die sinds de late middeleeuwen worden ontgonnen. Vlak na de Eerste Wereldoorlog is in dit totaal verwoeste gewest een grote vraag naar bakstenen. Logischerwijs wordt de lokale kleiontginning daardoor een uiterst profijtelijke zaak.

Léonie Keingiaert de Gheluvelt, de eerste vrouwelijke burgemeester van België, zou in Geluveld en Boezinge vanaf midden jaren 20 tot begin de jaren 30 een steenbakkerij uitbaten. Een deel van de productie in Geluveld zou ze voor zichzelf houden zodat de kosten voor de wederopbouw van haar eigendommen worden gedrukt. De rest moest vooral dienen als vlot toegankelijke bouwstof voor teruggekeerde Geluveldnaren en, initieel althans, voor de oprichting van gemeentelijke gebouwen. In Boezinge sloot ze een contract met de staat, die de stenen eveneens wou gebruiken voor de wederopbouw. Een hevige discussie en rechtszaak met haar medevennoot  leidde er echter tot een groot financieel verlies.

Léonies archieven bevatten meerdere bundels documenten over haar onderneming. Evenwel is het niet altijd even evident deze uitgebreide dossiers door hun veelheid aan informatie te doorgronden. Onderzoek en een grondige analyse van dit archief, aangevuld met andere bronnen, moet inzicht geven op de organisatie en rentabiliteit van Léonies steenbakkerijen en bijdragen tot het onderzoek over de rol van deze ondernemingen in de Westhoek na de Eerste Wereldoorlog.

Contact: Karen Derycke (wetenschappelijk medewerker MMP1917)