Meer dan honderd jaar na de Groote Oorlog is men in de Ieperse regio nog steeds met de schop aan de slag. Loopgraven worden er niet meer uitgegraven maar opgegraven. Zo leidde een toevalsvondst deze lente tot het opgraven van enkele Engelse loopgraven in de achtertuin van het erfgoeddepot.

Het begeleiden van toevalsvondsten in de CO7-regio is één van onze opdrachten. Wanneer je bij werken archeologische vondsten of sporen aantreft heb je te maken met een ‘toevalsvondst’, waarbij het verplicht is om dit binnen drie dagen te melden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed of bij CO7. Dat er in onze achtertuin een toevalsvondst zou plaatsvinden hadden we niet meteen verwacht. Toen de grondeigenaar besloot om op deze plaats graafwerken te starten voor het aanleggen van een waterbekken, konden de sporen vanuit het Erfgoeddepot DEPOTYZE opgemerkt worden en werd een archeologisch onderzoek gestart.

Tijdens WO I was het schrijven van brieven de manier om te communiceren met dierbaren thuis. De post van het Britse leger leverde ongeveer 2 biljoen brieven tijdens WO I. Brieven ontvangen van vrienden, familie of geliefden was belangrijk om het moraal hoog te houden aan het front. Hier gaat het niet om een gewone brief maar om een wenskaart met een hoefijzer en een hulsttak op afgebeeld.
Terug naar 1915
Begin mei 1915. Er heerst een nerveuze bedrijvigheid in en rond de tuinen van het Potijze-kasteel en bij uitbreiding de volledige regio. Britse militairen in volle uitrusting komen aangemarcheerd, graven er loopgraven en vertrekken vervolgens in allerijl richting het front. In hun plaats komt een nieuwe eenheid die het werk verderzet om niet veel later ook weer verder te trekken. Enkele kilometers noordelijker zijn de Duitsers er een aantal dagen eerder in geslaagd om een enorme bres te slaan in de geallieerde verdedigingslinies.

Een loopgraaf volgens het boekje
Nadat de waterverzadigde toplaag met grote zorg en uitstekend kraanwerk was verwijderd, zagen de oude loopgravenlinies opnieuw het daglicht. Zich duidelijk aftekenend in het vlak, golvend met aftakkingen en zijsprongen, geflankeerd aan beide zijden door onregelmatige uitgravingen.

Agentschap Onroerend ErfgoedWaar is de GHQ Line?
Deze opgegraven linie bleek dus niet de GHQ Line te zijn maar een latere loopgraaf, aangelegd bij de consolidatie van het geallieerde front in de tweede helft van 1915 en omgedoopt tot Prowse Trench. Gelukkig voor de archeologen had deze nieuwe fase de oude GHQ Line niet weggegraven, maar lag ze er net achter. Er was niet meer bewaard gebleven dan de diepere uitgraving voor de drainage en de afdrukken van de ingeheide palen voor de wandbeschoeiing. Op basis hiervan kon het verloop nog min of meer gereconstrueerd worden.

Een laatste fase die binnen het opgravingsvlak werd aangesneden, dateert uit de tweede helft van 1917, wanneer het front na de Derde Slag om Ieper opnieuw naar het oosten opschoof. Hierdoor kon de artillerie ook vooruit. Een 4,5 inch Houwitser-batterij werd geïnstalleerd ten oosten van de Prowse Trench. Getuige hiervan zijn de vondst van meerdere sporen en tientallen niet afgevuurde artilleriegranaten.

i.s.m. Agentschap Onroerend Erfgoed - Ruben Willaert bvba – Stad Ieper
