In het Erfgoeddepot DEPOTYZE staan we altijd klaar om collectiebeheerders te ondersteunen met raad en daad, ongeacht de grootte, waarde of onderwerp van hun collectie. Zo zijn we gecontacteerd door de gemeente Vleteren voor een kleine collectie religieuze objecten uit de voormalige pastorij van Oostvleteren. Deze collectie, bestaande uit: enkele glasramen, een plaasteren kruisweg en divers religieus textiel, kon niet langer op deze plaats bewaard blijven. Daarop werd beslist om de objecten over te brengen naar het nood- en transitdepot van het Erfgoeddepot DEPOTYZE om ze te inventariseren, alvorens ze te herbestemmen.

Controle van de objecten

Bij controle van de objecten uit de voormalige pastorij bleken enkele textielobjecten sporen van biologische aantasting te bevatten. Specifiek gaat het om aantasting door een textiel-etend insect. De objecten bevatten zowel kleine als grote lacunes met een grillige rand in één specifieke laag. Deze aantasting moet al een tijd bezig zijn geweest want bij een koorkap was een oude herstelling uitgevoerd die duidelijk bedoeld was om de schade te maskeren.
Wanneer dergelijke schade wordt vastgesteld is het altijd interessant om te kijken door welk specifiek insect de schade is toegebracht. Deze conclusie uitsluitend op het vraatpatroon baseren, is doorgaans zeer moeilijk omdat het onderscheid tussen verschillende insecten op dit vlak klein kan zijn. Wat wel uitsluitsel geeft zijn de sporen die de insecten zelf nalaten. In dit geval werden restanten gevonden die afkomstig zijn van wolbeertjes, dit zijn de larven van de tapijtkever (Anthrenus verbasci L.). Deze wolbeertjes kunnen tot zeven keer vervellen tot ze uiteindelijk verpoppen en transformeren in een kever.
Aangetaste objecten, wat nu?

De behadeling begint met de ondersteuning van de objecten met rolletjes van zuurvrij zijdepapier op de plaatsen waar het textiel geplooid zit. Op deze manier wordt voorkomen dat bij het uithalen van de objecten uit de diepvriezer de bevroren textielvezels breken.


Na deze voorbehandeling zijn de objecten klaar voor het invriezen. De tijd dat de objecten in de diepvriezer moeten blijven is afhankelijk van de temperatuur die de diepvriezer kan bereiken. Hoe lager de temperatuur, hoe korter de behandelingstermijn is. Het is namelijk noodzakelijk om naast de larven ook de eitjes van de tapijtkever te doden, anders zal de aantasting zich na de behandeling doorzetten. De vriezer in het Erfgoeddepot DEPOTYZE kan een temperatuur van -28°C bereiken waardoor er slechts een behandelingstermijn nodig is van vier dagen.

Na deze diepvriesbehandeling worden de objecten nog eens grondig gereinigd met behulp van een museumstofzuiger met HEPA filter en een zachte borstel. Op deze manier kunnen de restanten van de gedode eitjes, larven en volwassen textielkevers in de toekomst geen nieuwe voedingsbodem vormen voor andere insecten en zijn de objecten stofvrij om in het depot geplaatst te worden.

